Tags

, , , ,

Is de titel van een boek van Louis Couperus al een tijdje denk ik aan mijn oude buurtjes, tante Annie en ome Tjeerd zoals je vroeger al je buren ‘tante of oom’ noemde. Buurtjes zonder kinderen maar met de zorg voor een gehandicapte zus en zieke broer, buurtjes die in de eerste jaren dat ik ze herinner bij het Leger des Heils zaten en waar ‘t gezellig was. Ondanks dat wij katholiek waren mocht ik mee naar tamboerijn les, o wat was ik trots dat ik naast ‘de juf’ mocht staan.
Mijn opa woonde bij ons in huis, als klein meisje ging ik altijd met hem samen boodschappen doen, naar de slager, de bakker en de kruidenier, grote supermarkten waren er nog niet. De Spar naast de slager vonden we al zo groot.
Hand in hand én dan namen we gelijk een onsje worst of zo voor tante Annie mee.
Dan even bij hun iets drinken, mijn opa koffie en ik kreeg kindertjes-thee, altijd stond er de thee klaar, op een lichtje van Verkade en een knappertje van Verkade.
Gewoon in de jaren zeventig, knus met de zorg voor de mensen om zich heen en ’n klein beetje voor de hele wereld.
Op pad met de strijdkreet maar ook aan de eettafel het folie van wikkeltjes van bijvoorbeeld rolletjes pepermunt los maken van het papieren gedeeltje om de folie te verzamelen voor de missie in Afrika.
Ik moest zomaar opeens aan hun denken toen ik laatst een stuk folie afscheurde om over het overgebleven eten heen te doen.
Kleine stukjes folie, die we met moeite los kregen, even rollen tussen je vingers, dan ging het beter los.
Nu scheur je zo een groot stuk af, het zit een dagje ter bescherming over het gerecht en beland dan in de vuilnisbak.

Ik op ’t muurtje voor het huis van de buurtjes.

Zomaar een herinnering die ik bij me draag, aan mensen die geen kinderen hadden maar toch niet vergeten zullen worden omdat ze mijn lieve buurtjes waren.